Berichten

Audit Vlaanderen kwam tot de conclusie dat heel wat lokale besturen ondermaats scoren bij informatiebeveiliging.

Informatiebeveiliging: “De beveiliging van informatie tegen vernietiging, verlies, wijziging of de ongeoorloofde verstrekking van of de ongeoorloofde toegang tot doorgezonden of opgeslagen informatie

Het gaat om de beveiliging van alle informatie, waaronder ook persoonsgegevens. De GDPR zelf voorziet principieel dat organisaties de integriteit en vertrouwelijkheid van persoonsgegevens moeten waarborgen!

Persoonsgegevens moeten door het nemen van passende technische of organisatorische maatregelen op een dusdanige manier worden verwerkt dat een passende beveiliging ervan gewaarborgd is, en dat zij onder meer beschermd zijn tegen ongeoorloofde of onrechtmatige verwerking en tegen onopzettelijk verlies, vernietiging of beschadiging.

Probleempunten

Uit het rapport blijken voornamelijk volgende punten problematisch:

  • Leveranciersrelaties;
  • Bewustzijn van medewerkers;
  • Technisch beheer (cryptografie, onderhoud systemen, …);
  • Incidentenbeheer;

Positieve noot

Er is dus nog heel wat ruimte voor verbetering. Anderzijds merkt het verslag wel op dat er hier en daar wel goed wordt gewerkt: zo is er speciale vermelding voor besturen die medewerkers sensibiliseren en trainen op vlak van privacy & informatieveiligheid.

Naast eigen incidenten en persaandacht voor incidenten elders blijkt ook het einde van de inwerkingtredingsperiode van de AVG een goede aanleiding om ad-hoc-infosessies te organiseren.

Sensibilisering

IFORI kan uw gemeente of OCMW bijstaan door te voorzien in sensibiliseringssessies omtrent informatieveiligheid en/of privacy. Dit deden we reeds voor lokale besturen, met een positieve vermelding tot gevolg.

Oplossing

Tot slot geeft het rapport enkele aanbevelingen mee waarmee elk lokaal bestuur aan de slag kan om haar informatieveiligheid te verbeteren.

Neem uiteraard gerust contact met ons op indien u zich hierover extern wil laten adviseren door experten op vlak van informatieveiligheid & privacy bij lokale besturen.

Op 5 september 2018 is door de wetgever de “wet betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens” gepubliceerd. Zo goed als de gehele de wet is onmiddellijk van kracht gegaan. De wet in kwestie geeft uitvoering aan de GDPR, daarnaast wordt ook de richtlijn over het gebruik van persoonsgegevens door politie en strafrechtelijke autoriteiten erin omgezet.

Uitvoering van de verordening

Minderjarigen

GDPR gaf de lidstaten vrijheid in het vaststellen van de leeftijd waarop minderjarigen geacht worden rechtmatig hun toestemming te kunnen. De wetgever heeft besloten die leeftijd op 13 jaar te leggen. Als de minderjarige jonger is dan 13, zal de wettelijke vertegenwoordiger toestemming moeten geven.

Kinderen vanaf 13 jaar oud kunnen in België gebruik  maken van Facebook of Whatsapp zonder toestemming van hun ouders. (Minstens indien de voorwaarden van de service dit toelaten).

Specifieke verwerkingen

De wetgever heeft ook een lijst opgesteld met verwerkingen die zij als van zwaarwegend algemeen belang ziet. Bijvoorbeeld de verwerking beheerd door de stichting van openbaar nut “Stichting voor Vermiste en Seksueel Uitgebuite Kinderen”. Daarnaast zijn er ook heel wat beperkingen van de rechten van betrokkenen wanneer de verwerking gebeurt door de overheid, politiediensten, veiligheidsdiensten, etc. Ook de maatregelen die moeten genomen worden bij het verwerken van genetische, biometrische of gezondheidsgegevens worden gespecificeerd.

Uitzonderingen voor journalistieke doeleinden

Daarnaast moest het recht op privacy en het recht op informatie en vrijheid van meningsuiting worden afgewogen. De wetgever heeft dan ook specifieke uitzonderingen voorzien voor verwerkingen voor journalistiek en ten behoeve van academische, artistieke of literaire uitdrukkingsvormen.

Zo moet een journalist geen privacyverklaring bezorgen aan zijn geïnterviewde.

Definitie verwerking voor journalistieke doeleinden: “de voorbereiding, het verzamelen, opstellen, voortbrengen, verspreiden of archiveren ten behoeve van het informeren van het publiek, met behulp van elke media en waarbij de verwerkingsverantwoordelijke zich de naleving van journalistieke deontologische regels tot taak stelt”.

Vraag is in welke mate een (professionele) blogger, de naleving van die deontologie nastreeft en dus kan genieten van deze uitzonderingen?

Afdwingen in rechte

De voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg is bevoegd om kennis te nemen van (stakings)vorderingen. De rechter waarborgt de afdwingen van deze wet en GDPR. Bijvoorbeeld een vordering tot verwijdering van persoonsgegevens. De procedure verloopt zoals in kortgeding en wordt ingesteld via verzoekschrift op tegenspraak.

We vertelden u all over de mogelijkheid tot een ‘class action‘ door een orgaan, organisatie of VZW . De wet bepaalt dat die actief moet zijn op het gebied van gegevensbescherming sedert ten minste drie jaar.

De Gegevensbeschermingsautoriteit (GBA) kan voortaan ook voor meer GDPR-verplichtingen corrigerende maatregelen nemen.

Strafrecht

Daarnaast bepaalt de wet ook de hoogte van de strafrechtelijke geldboetes die opgelegd kunnen worden voor overtredingen van de regelgeving. De GBA en het College van procureurs-generaal dienen een protocol af te sluiten met werkafspraken voor het geval zowel een administratieve als strafrechtelijke sanctie mogelijk is. Dit om het non bis in idem principe na te leven.

Tot het protocol er is, moet de procureur des Konings binnen de twee maanden na de ontvangst van het proces-verbaal melden aan de GBA of er strafrechtelijk zal vervolgd worden. Gebeurt dit niet, dan is enkel nog een administratieve sanctie mogelijk.

Tot slot verklaart de wet dat alle bepalingen van boek I van het Strafwetboek kunnen worden toegepast op de misdrijven omschreven bij deze wet of bij uitvoeringsbesluiten ervan, inclusief straffen voor deelneming aan een misdrijf en verzachtende omstandigheden.