Het Europees parlement heeft zijn amendementen aan de voorgestelde richtlijn “Copyright in the digital single market goedgekeurd”, net als een mandaat om triloog onderhandelingen te voeren. Dit wil zeggen dat het Europees parlement zal overleggen met de Raad en de Commissie om tot een herzien voorstel voor een nieuwe richtlijn te komen.

Een controversieel voorstel met controversiële amendementen

Het voorstel van de Commissie voor een nieuwe richtlijn weekte heel wat discussie los. Voornamelijk volgende drie artikelen van de voorgestelde richtlijn die het auteursrecht in de Europese Unie zoekt te hervormen werden bekritiseerd.

Artikel 3: Text and data mining

Het eerste artikel dat stof deed opwaaien was de uitzondering voor text en data mining. Onderzoekers zouden zo het recht krijgen om tekst en data te verzamelen om aan wetenschappelijk onderzoek te doen. De uitzondering zou enkel voor onderzoeksorganisaties gelden.

Verscheidene organisaties en ondernemingen riepen op om deze uitzondering ook uit te breiden naar private spelers.

De Raad is van hetzelfde oordeel en stelt een artikel 3a voor dat een optionele uitzondering voor private en publieke entiteiten voorziet die lidstaten kunnen invoeren. Zo kunnen lidstaten zelf beslissen of ze de uitzondering willen uitbreiden naar private spelers of beperkt willen houden tot onderzoeksorganisaties.

Het Europees parlement sluit zich aan bij de Raad en wil ook voorzien in een optionele uitzondering.

Artikel 11: naburige rechten voor uitgevers

Nog controversiëler was het voorstel om uitgevers van journalistieke publicaties (zoals uitgevers van kranten en tijdschriften) een naburig recht te geven. Het zou hen onder andere het exclusieve reproductierecht van hun publicaties verschaffen. Dit naburig recht zou vergelijkbaar zijn met de naburige rechten voor uitvoerende kunstenaars, producenten van fonogrammen, producenten van de eerste vastlegging van films en omroeporganisaties. Dit recht zou 20 jaar bestaan.

Vanuit professionele en academische hoek weerklonk de kritiek dat uitgevers veel minder moeten investeren in technische infrastructuur dan bijvoorbeeld producenten van fonogrammen en het met andere woorden ook niet gerechtvaardigd is om hen eenzelfde bescherming te bieden. Ook zou hiermee rechtsonzekerheid in het leven geroepen worden. Het is immers onduidelijk of toestemming vereist is om naar een artikel te mogen linken. Academici pleiten er dan ook voor om in een vermoeden van auteursrechtenoverdracht voor uitgevers te voorzien, eerder dan een naburig recht.

De Raad stelt dan ook voor om het recht niet van toepassing te maken op het gebruik van insignificante delen van publicaties. Ook wil de Raad het naburig recht beperken tot één jaar.

Het Europees parlement stelt voor om het recht te beperken tot vijf jaar en om het expliciet niet van toepassing te verklaren op hyperlinks.

Artikel 13: value gap

Het meest controversiële artikel van het voorstel zoekt service providers (zoals bijvoorbeeld Youtube) op te leggen om in samenwerking met rechtenhouders maatregelen te nemen om de toegang tot auteursrechtelijk beschermde werken die zonder toestemming gedeeld worden te vermijden. Een mogelijke maatregel zou effectieve ‘content recognition’ technologie kunnen zijn. De maatregel moet geschikt en proportioneel zijn. Er moet ook in een klachtenmechanisme voor gebruikers voorzien worden.

Volgens consumentenorganisaties komt dit neer om een machtsgreep van rechtenhouders. Ze geloven dat platformbeheerders systematisch de content op hun platform zullen moeten filteren en de vrijheid van meningsuiting daardoor in het gedrang zal komen. De platformen zelf zeggen dat dit een algemene verplichting in het leven roept om user-uploaded content te controleren. Uit academische hoek klinkt dezelfde kritiek. Niet alleen zou deze bepaling een financiële drempel betekenen voor kleine platformen die zich geen content ID systeem kunnen veroorloven, ook is het verboden door de E-Commerce richtlijn om een algemene controleverplichting in te voeren (en is dit mogelijks zelfs in strijd met het Handvest van de Grondrechten van de Europese Unie).

De Raad vindt echter dat de Commissie zelfs niet ver genoeg gaat en zegt dat de platformen een publieke mededeling doen wanneer gebruikers auteursrechtelijk beschermde rechten uploaden. De platformen zouden enkel aan aansprakelijkheid kunnen ontsnappen als ze aantonen dat ze zorgvuldig handelen en er alles aan doen om inbreukmakende content op hun platform te verwijderen of blokkeren.

Het Europees parlement wil de platformen verplichten om gepaste en proportionele maatregelen te nemen om auteursrechtelijke inbreuken tegen te gaan. Het parlement benadrukt dat lidstaten geen algemene controleverplichting mogen invoeren. Ook moeten er gepaste en effectieve klachtenmechanismen zijn voor de gebruikers van de platforms.

Naar één versie

Nu zullen de Raad, het Europees parlement en de Commissie onderhandelen om tot één versie te komen. Voorlopig is er dus nog geen nieuwe richtlijn, maar de tegenstellingen lijken ook niet onoverbrugbaar. De vraag is of een herziene versie ook effectief goedgekeurd zal worden.